Referentiewaarden versus optimale waarden

Op je uitslag staat bij elke waarde een bereik. Val je erbinnen, dan staat er niets bij. Val je erbuiten, dan staat er een letter naast. Wat dat bereik precies is, wordt zelden uitgelegd.

Gewone taalGeen verkooppraat

Hoe een referentiewaarde tot stand komt

Een laboratorium meet een marker bij een grote groep mensen die als referentiepopulatie geldt. Vervolgens knipt het de uiterste 2,5 procent aan beide kanten eraf. Wat overblijft, het middelste 95 procent, is het referentiebereik.

Lees dat nog een keer, want er staat iets belangrijks. Het bereik beschrijft hoe de waarde in een bevolking is verdeeld. Het beschrijft niet bij welke waarde iemand zich goed voelt, en ook niet bij welke waarde het risico op iets in de toekomst het laagst is. Het is een statistische grens, geen gezondheidsdoel.

Drie gevolgen die daaruit voortkomen

Per definitie valt 5 procent buiten de referentie

Dat is hoe het bereik is gemaakt. Van elke honderd gezonde mensen krijgen er ongeveer vijf een waarde met een letter ernaast. Meet je veertig markers, dan is de kans groot dat er eentje uitschiet zonder dat er iets aan de hand is.

Het bereik hangt af van wie er is gemeten

Is de referentiepopulatie een dwarsdoorsnede van de bevolking, dan zit daar een deel in dat niet optimaal gezond is. Voor lipiden bijvoorbeeld: als een groot deel van de bevolking hoger zit dan wenselijk, dan schuift de bovengrens mee omhoog. Je kunt dan binnen de referentie vallen en toch boven waar je zou willen zitten.

Bereiken verschillen per laboratorium

Andere apparatuur, andere methode, andere referentiepopulatie. Je uitslag van vorig jaar bij een ander lab is daarom niet altijd een op een te vergelijken met die van nu.

Wat een streefwaarde dan is

Een streefwaarde komt niet uit de bevolkingsverdeling maar uit onderzoek naar uitkomsten: bij welke waarde is het risico of de klachtenlast het laagst. Voor sommige markers is dat goed onderbouwd, voor andere is het een schatting waar deskundigen het niet over eens zijn. Daarom staat op onze uitslag altijd allebei, met erbij hoe hard het onderscheid is.

ReferentiewaardeStreefwaarde
Waar komt hij vandaanDe spreiding in een bevolkingsgroepOnderzoek naar uitkomsten
Wat betekent buiten het bereikStatistisch ongebruikelijkVerder van waar je wilt zitten
Verschilt per labJaNee, maar deskundigen verschillen wel
Bruikbaar voorOpvallende afwijkingen opsporenSturen over de lange termijn

Waar dit onderscheid het meest uitmaakt

De valkuil aan beide kanten

De ene valkuil is een normale uitslag lezen als bewijs dat alles goed is. De andere is elke waarde die niet precies op de streefwaarde ligt behandelen als een probleem. Geen van beide klopt. Een uitslag is een gegeven op één moment, en de richting waarin die beweegt zegt meer dan het getal zelf.

Daarom is een tweede meting bijna altijd waardevoller dan de eerste. Wil je weten hoe dat werkt, lees dan de pagina over de uitgebreide check-up.

Veelgestelde vragen

Wat is een referentiewaarde precies?

Het middelste 95 procent van de waarden in een referentiepopulatie.

De uiterste 2,5 procent aan beide kanten valt eraf. Het is dus een beschrijving van de spreiding in een bevolking, geen gezondheidsdoel.

Waarom verschillen referentiewaarden per laboratorium?

Door andere apparatuur, methodes en referentiepopulaties.

Daarom is een uitslag van een ander lab niet altijd een op een te vergelijken met die van nu. Vergelijk bij voorkeur metingen van hetzelfde lab.

Betekent buiten de referentie dat er iets mis is?

Niet automatisch.

Van elke honderd gezonde mensen valt er ongeveer vijf buiten het bereik, want zo is het bereik gemaakt. Meet je veertig markers, dan schiet er vaak eentje uit zonder betekenis.

Zijn optimale waarden wetenschappelijk onderbouwd?

Voor sommige markers goed, voor andere niet.

Voor lipiden en ApoB is er veel onderzoek naar uitkomsten. Voor andere markers is een streefwaarde meer een schatting waar deskundigen van mening over verschillen. Dat staat er in het rapport bij.

Waarom staan er twee kolommen op mijn uitslag?

Om het onderscheid zichtbaar te maken.

De labreferentie laat zien of je opvalt ten opzichte van de bevolking. De streefwaarde laat zien waar je op de lange termijn zou willen zitten. Beide zeggen iets anders.

Let op: een bloedtest geeft je inzicht en richting. Hij toont een aandoening niet aan en sluit er ook geen uit. De uitslagen zijn bedoeld voor preventie en voor het volgen van verandering, niet als diagnose. Heb je klachten of waarden buiten de referentie, ga dan naar je huisarts.

App Mario Bellen